DIEREN GENEZEN IS DANKBAAR WERK
Dieren genezen is dankbaar werk. Je ziet het dier weer gezond spelen en het baasje of vrouwtje is ook blij. Wat heb je als dierenliefhebber nog meer te wensen? Om dit te kunnen bereiken moet je natuurlijk wel over voldoende medische kennis van de anatomie, fysiologie en de ziekten van honden en katten beschikken. Die kennis kun je opdoen in de cursus Medische Basiskennis van Honden en Katten. De anatomie en fysiologie van honden en katten lijkt in sommige opzichten op elkaar, maar vertoond ook een aantal opvallende verschillen. Omdat je als therapeut in de diergeneeskundige praktijk vaak wordt geconfronteerd met aandoeningen van honden en katten is de kennis die je in deze cursus krijgt aangereikt in feite onmisbaar voor het op een juiste manier kunnen toepassen van natuurgeneeskunde en homeopathie.
Daarnaast leer je in deze cursus ook hoe je eerste hulp kunt verlenen en zowel honden als katten kunt behandelen met behulp van een aantal reguliere therapievormen. Alle nuttige diagnostische methoden worden uitgebreid besproken. Belangrijk is daarbij dat je ook leert een verantwoorde keuze te maken tussen het zelf behandelen van een dier of het eventueel doorverwijzen naar een dierenarts. Juist omdat dieren niet kunnen spreken en je bij het stellen van een diagnose vooral af moet gaan op de mededelingen van de eigenaars, de waarneembare afwijkingen van het dier en je eigen conclusies, is deze cursus niet alleen leerzaam en interessant, maar zal het de kwaliteit van je eigen functioneren verhogen.
Meer informatie over deze cursus, een inhoudsopgave en een beschrijving van je persoonlijke docent vind je op onze website . Ook kun je een gratis proefles downloaden .

GEZONDHEID ACTUEEL
Veel ogen verziekt door lenzen
Nederlandse oogartsen maken zich zorgen over het groeiende aantal mensen met oogklachten door contactlenzen. Een meldpunt moet meer zicht geven op wat er misgaat. Het meldpunt, een gezamenlijk initiatief van oogartsen en contactlensspecialisten, is al sinds januari van dit jaar actief. ‘Oogartsen krijgen geregeld te maken met flink verziekte ogen', zegt optometrist en contactlensspecialist Marco van Beusekom.
'De klachten variëren van irritaties tot ernstige infecties, die niet alleen pijnlijk zijn, maar zelfs kunnen leiden tot blijvend oogletsel.' Tot nu toe werd niet centraal bijgehouden hoeveel en welke klachten er zijn. Door diverse onderzoeken weten we alleen dat het aantal complicaties behoorlijk hoog is. Zo werden er in het UMC Utrecht tussen 2003 en 2004 34 jonge patiënten opgenomen met contactlensgerelateerde problemen. Maar veel meer mensen komen bij de oogarts. Volgens Van Beusekom gaan veel mensen onverantwoord om met hun lenzen. Zo'n 80 procent valt soms in slaap met lenzen in.
Maagzuurremmers verhogen kans op longontsteking
Medicijnen die de productie van maagzuur tegengaan, verhogen de kans op een longontsteking, blijkt uit een analyse van gegevens van meer dan 360.000 patiënten uit 150 huisartsenpraktijken. De resultaten van het onderzoek, uitgevoerd door onderzoekers van het Universitair Medisch Centrum St. Radboud en het Erasmus MC zijn gepubliceerd in het Journal of the American Medical Association JAMA.
Maagzuurremmers helpen tegen maagklachten zoals maagpijn, brandend maagzuur, oprispingen, een opgeblazen gevoel en misselijkheid. Ze worden ook voorgeschreven als remedie tegen de bijwerkingen van andere geneesmiddelen, onder andere pijnstillers. Zoals de naam al zegt remmen ze de productie van maagzuur, waardoor de klachten afnemen. Er zijn twee soorten: de vrij verkrijgbare H2-receptor antagonisten, bijvoorbeeld cimetidine en ranitidine, en de protonpompremmers zoals omeprazol. Protonpompremmers zijn alleen op voorschrift verkrijgbaar. Zij hebben een sterkere werking dan H2-receptor antagonisten.
Uit het onderzoek blijkt dat het gebruik van maagzuurremmers de kans op een longontsteking verhoogt. Het toont aan dat iemand die een protonpompremmer gebruikt, bijna twee keer zo veel kans heeft op een longontsteking als een vergelijkbaar persoon, die dat geneesmiddel niet meer gebruikt. Voor de andere maagzuurremmers, de H2-receptor antagonisten, is dat 1,6 keer.
Broccoli remt maagbacterie
Gekiemde broccoli remt significant de groei van Helicobacter pylori en vermindert de maagproblemen (waaronder maagzweren) die de bacterie veroorzaakt, stelt dr. Akinori Yanaka uit Japan. Twintig personen kregen gedurende twee maanden dagelijks 100 gram gekiemde alfalfa en de andere twintig kregen dagelijks 100 gram gekiemde broccoli. De broccolikiemen waren twee tot drie dagen oud. Wanneer deze zo jong zijn, bevatten ze de meeste sulforafaanglucosinolaat, te weten 250 mg per 100 gram. Hoewel alfalfakiemen veel gelijkenis vertonen met broccolikiemen, missen ze deze stof die voor dit onderzoek zo belangrijk is.
De aanwezigheid van H. pylori werd bepaald met een ademtest en via de ontlasting. De mate van maagproblemen werd bepaald met behulp van een pepsinogeenbepaling in het bloed. Testen werden gedaan vóór de toediening, na twee maanden en twee maanden na stopzetting van de inname. Na twee maanden werd een significante daling van de H. pylori gevonden in de broccoligroep. Ook de hoeveelheid pepsinogeen verminderde drastisch. Er werd geen volledige vernietiging van de bacterie bereikt. De alfalfa had helemaal geen effect. Twee maanden nadat de broccolibehandeling was gestopt, waren alle waarden weer als voor het onderzoek.
De BMI heeft misschien haar langste tijd gehad
De Body Mass Index (BMI) is al jaren de standaard om te bepalen of men beschikt over een gezond lichaamsgewicht. De laatste jaren neemt de kritiek toe, omdat deze meetmethodiek te grof zou zijn om goede uitspraken te doen. In de Interheart studie wordt zo'n beetje de laatste nagel in de BMI doodskist geslagen. De onderzoekers pleiten voor de taille-heup verhouding als een goede indicator voor de gezondheid. De Interheart studie met ruim 27.000 deelnemers laat namelijk zien dat een te hoge BMI een bescheiden associatie heeft met de kans op een hartinfarct. Zodra dit resultaat gecorrigeerd werd met bijvoorbeeld de taille-heup verhouding, viel de associatie nagenoeg weg.
De taille-heup verhouding bleef na alle correcties nog steeds een sterke indicator voor hartinfarcten, onafhankelijk van het ras. Van de BMI is bekend dat deze voor verschillende rassen aangepaste afkapwaarden nodig heeft. Hartinfarcten, diabetes en het metaboolsyndroom hebben allemaal een relatie met teveel buikholte-vet. Men vermoedt dat dit teveel aan vet leidt tot allerlei ontstekingen met diverse ziektebeelden als gevolg. Aangezien de BMI geen rekening houdt met de plaats van het vet, lijken andere methoden dus beter. Een te dikke buik is dus erger dan algemeen overgewicht.
Biefstuk zonder spinazie ongezond
Wie bij zijn biefstuk een paar opscheplepels spinazie eet, verlaagt de kans op darmkanker die het rode vlees veroorzaakt, concludeert onderzoeker Johan de Vogel die kortgeleden in Wageningen promoveerde. Dat rood vlees de kans op darmkanker vergroot is bekend uit epidemiologisch onderzoek. De Vogel wilde weten hoe dat komt en of er wat tegen te doen is. Rattenonderzoek maakte hem duidelijk dat heem de boosdoener is. Dat is een (rood) stikstof- en ijzerhoudend molecuul dat in grote hoeveelheden in rood vlees zit, maar niet in wit vlees, bijvoorbeeld van kippen.
Het bladgroen (chlorofylmolecuul) in groene groente heeft wat chemische structuur betreft een grote overeenkomst met heem. De Vogel onderzocht of chlorofyl de schadelijke effecten van heem afremt en dat bleek in ratten zo te zijn. Ratten hebben een dikke darm die veel op de darm van de mens lijkt. Gecombineerd met gegevens uit een groot onderzoek naar voeding en kanker bleek dat mannen die veel heem aten in verhouding tot chlorofyl, een verhoogde kans op darmkanker hadden. Bij vrouwen was het beeld minder duidelijk.
Omgerekend komt het erop neer dat 75 gram spinazie de schadelijke effecten van 150 gram rood vlees grotendeels teniet doet. Andijvie of boerenkool zijn evengoed. Wie aan broccoli de voorkeur geeft, moet daarvan dan wel 750 gram eten.
Calcium goed voor botten, maar oppassen voor nierstenen
Dagelijks extra calcium met vitamine D voor vrouwen op leeftijd kan goed zijn voor de botten, maar verhoogt de kans op nierstenen. Een garantie tegen botbreuken vormt de dagelijkse aanvulling niet, blijkt uit een grootschalig Amerikaans onderzoek, dat in de editie van deze week van The New England Journal of Medicine is verschenen. Volgens onderzoeksleidster Rebecca Jackson van Ohio State University kan extra calcium en vitamine D (dat in vette vis zit en in zonlicht) vrouwen boven de zestig helpen om heupbreuken te voorkomen, maar ze had toch op overtuigender bewijs gehoopt.
Vrouwen die de supplementen namen, hadden 29 procent minder kans op een heupfractuur dan die uit de controlegroep. Voor been- en armbreuken maakte het niet uit of er extra werd geslikt. Bij de gebruiksters was de kans op nierstenen 17 procent groter. Uit het onderzoek, waarvoor 36.282 vrouwen van boven de vijftig zeven jaar werden gevolgd, bleek tevens dat calcium en vitamine D niet helpen tegen maag- en darmkanker.
Plan voor onafhankelijk medicijnonderzoek
De onafhankelijkheid van wetenschappers die medicijnonderzoek verrichten, moet worden versterkt. Onderzoek naar geneesmiddelen wordt nu voor het grootste deel betaald door de industrie. Wetenschappers zijn hier zelf ongerust over, stelt Tweede Kamerlid Kant van de SP. ‘In internationale medische tijdschriften zijn de laatste jaren voorbeelden te vinden waaruit blijkt dat deze onafhankelijkheid onder druk staat.' ‘Kortgeleden presenteerde Kant een plan dat de onafhankelijkheid van de onderzoekers moet garanderen.
De SP pleit voor het oprichten van een nationaal fonds geneesmiddelenonderzoek. Dit voorkomt rechtstreekse financiële banden tussen farmaceutische bedrijven en de onderzoekers. Verder vindt de partij dat de overheid meer geld moet steken in medisch wetenschappelijk onderzoek, dat de geldstromen bij onderzoek openbaar moeten worden gemaakt en dat er een wettelijk verbod moet komen op het blokkeren van publicaties van onderzoeksresultaten. De afgelopen jaren is het een aantal keren voorgekomen dat onderzoeken met minder positieve resultaten pas jaren na dato boven tafel kwamen, omdat de industrie publicatie tegenhield. Daarnaast wil Kant een aanscherping van de regels voor reclame en marketing.
Maagzweer door laaggedoseerde aspirine
Zweren van maag en twaalfvingerige darm komen voor bij ongeveer 10% van de patiënten die aspirine in een lage dosering slikken, is de conclusie van Australische onderzoekers. Patiënten gebruiken aspirine in een lage dosering om het risico van hart- en vaataandoeningen te verkleinen, maar daardoor vergroten ze wel de kans op een maagzweer. Het grootste gedeelte blijft onopgemerkt.
Dit onderzoek werd uitgevoerd bij 187 patiënten die dagelijks 75 tot 325 mg aspirine gebruikten. Bij 11% van de deelnemers werd een zweer gevonden van minimaal drie millimeter. Slechts 20% van deze personen hadden ook spijsverteringsklachten. Bij degenen zonder klachten werd bij ongeveer evenveel personen een zweer gevonden als bij degenen met klachten.
Hierna werden 113 personen die bij de eerste controle geen zweer hadden nog drie maanden gevolgd. Van hen had 7% in die drie maanden een zweer ontwikkeld. Omgerekend betekent dit dat in een jaar tijd 28% een zweer zal ontwikkelen. Een leeftijd van 70 jaar of ouder en een infectie met Helicobacter pylori bleek het risico met een factor 3 te doen toenemen.
Huisstofmijthoezen werken niet bij astmapatiënten
De hoezen tegen huisstofmijt voor matrassen, kussens en dekbedden verminderen het medicijngebruik bij astmapatiënten niet. Mensen met astma die allergisch zijn voor huisstofmijt en de hoezen gebruiken, moeten net zo vaak de inhalator hanteren als allergische astmapatiënten zonder hoezen. Dat stelt Marjolein de Vries, die onlangs op dit onderwerp promoveerde aan de Universiteit Maastricht.
Het aantal pufjes van de inhalator dat een astmapatiënt tot zich moet nemen, moet zo laag mogelijk blijven vanwege de bijwerkingen, zoals botontkalking en keelklachten door een schimmelinfectie. Nu zou dus blijken dat de hoezen niet leiden tot minder medicijngebruik. De hoezen, die enkele honderden euro's kosten, worden voor honderd procent vergoed door de zorgverzekeraar.

UIT DE GEZONDE KEUKEN
BOEKWEITSCHOTEL MET KOOLSALADE
Nodig voor de boekweit
300 gr boekweit, 2 eieren, 4 eetlepels room, 1 grote of 2 kleine uien, 1 prei, 1 teentje knoflook, 1 doosje champignons, 200 gr geraspte of aan blokjes gesneden oude kaas, zonnebloemolie, wat groene kruiden als peterselie, kervel of selderij.
Nodig voor de salade
200 gr bloemkoolroosjes, 200 gr broccoli, 100 gr witte kool, 1 rode paprika, 1 grote zure appel, 3 eetlepels kruidenazijn, 3 eetlepels koudgeperste olie, wat tamari.
Omdat boekweit snel gaar is, kun je beter eerst de salade klaarmaken.
Bereidingswijze salade
Was de groenten. Schil de appel en snijd hem in stukjes. Kook de bloemkoolroosjes in circa 15 minuten gaar en blancheer de broccoli kort in kokend water. Laat beide uitlekken en afkoelen. Snijd de witte kool fijn en maak dunne reepjes van de paprika. Meng alle groenten en de stukjes appel door elkaar en maak op smaak met een dressing van de door elkaar gemengde olie, azijn en tamari.
Bereidingswijze boekweit
Kook de boekweit gaar met 1½ deel water. Snipper en fruit de ui en de knoflook. Was en snijd/snipper de champignons en de prei. Voeg ze in de pan bij de ui en de knoflook. Roer dit mengsel, samen met de kaas, door de gare boekweit. Snipper de groene kruiden, klop de eieren los met de room en meng de groene kruiden erdoor. Voeg dit geheel aan de boekweitschotel toe, zodat deze enigszins smeuïg wordt.
Dit recept is ontleend aan de Basiscursus Voeding en Gezondheid.
.